We reizen terug naar het spoorhuisje, van een escapade om de winter te mijden. Hoofddoel: de balans opmaken en daarbij: die bewaren. We nemen een berg nieuwe energie mee die het eerste in ieder geval een makkie maakt.

Zoals dat gaat na een lange afwezigheid, zijn er in de tussentijd al wat doemscenario’s voor het geestesoog voorbijgekomen. In een omdenkoefening heb ik een lange lijst gemaakt van dingen die weleens mis konden zijn gegaan, zodat het alleen maar mee kan vallen. Van een lek dak tot een inbraak, niets ervan is waarheid geworden.

Anders hadden we het ook wel gehoord van de boer en vrienden, die een oogje in het zeil houden. En bovendien, het huis stond er al jaren onbeheerd bij en heeft dat toen prima doorstaan. Fijn om te merken dat die trend zich doorzet. We kunnen de draad zó weer oppakken.

Al voor we aankomen hebben we voorgesorteerd op wat afspraken. Met de timmerman voor een laatste aanpassing aan de trap. En met de klusjesman voor klussen die wat ons betreft nu mogen volgen. Vrolijk brengen we de trein weer in beweging.

Koning winter heeft zich koest gehouden. Als we de timmerman moeten geloven is het eerder nat dan koud geweest. Een monteur uit de buurt vond het echter koud zat. Hoe dan ook is ‘est-ce que vous avez passé un bon hiver?’ een goede binnenkomer om de praatjes ook weer op stoom te brengen.

We blijven een week of twee om weer even te kijken waar we gebleven waren en te doen wat we nu kunnen om het spoor te effenen voor de zomerperiode. Hoog op het lijstje staan het beschermen van de trap en het kopen – en als het even kan zetten – van een WC-pot en afvoer.

Maar onmiskenbaar onhandig voor zulke bedrijvigheid is de onhandig volle keuken. Daar staan deels gedemonteerde keukenkastjes klaar waarvan onze handen gelijk beginnen te jeuken. Dezelfde middag van aankomst zetten we één en ander op een voorlopige plek, waarmee het zowaar op een keuken begint te lijken!